Categorie archief: Viva la vida

5 minuutjes

Het alarm van mijn GSM ging af om 20 voor 7. Kai knorde even en draaide zich om. ‘Nog 5 minuutjes, ja’, dacht ik, terwijl ik het alarm afdrukte. Er moet een wiskundige stelling bestaan die verklaart waarom die ‘5 minuutjes nog’ altijd automatisch uitmonden in drie kwartier. Een stelling van Pythagoris voor slaapkoppen. Om half acht werd ik dus paniekerig wakker en begon de race tegen de klok om mezelf en zoonlief tijdig aangekleed te krijgen, de laatste bij mijn moeder af te zetten en mezelf richting werk te rijden. Wat me overigens lukte.

Ja, ik slaap wel eens bij Kai in bed. Kai slaapt ook wel eens bij ons in bed. Ik besef, niet iedereen is hier voorstander van. Ons moeke gewaagt van ‘verkeerd aangeleerd’. Want bij ons thuis gebeurde dat dus nooit. Daar sliep iedereen altijd in zijn eigen bed. Nachtmerries of geen nachtmerries. Ziek of niet ziek. Gezellig of niet gezellig. Ieder in zijn eigen bed. Want dat hoort zo. Met uw kinderen slapen is ‘verwennerij’ en ‘ aankweken van verkeerde gewoontes’.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik er in het begin ook zo over dacht. Wanneer Gary zich op de zetel of in bed nestelde met Kai dicht tegen zich aan, was ik altijd de eerste om te zeggen: ‘Efkens maar, he? Anders kan hij straks niet meer alleen slapen!’. Maar Kai bleek zowiezo al geen fantastische doorslaper te zijn. Hij was al ruim een jaar oud toen we voor het eerst een nachtje konden doorslapen. En hij sliep alleen in als je erbij bleef zitten. Dus vantijd vielen we al eens naast hem in slaap en werden we halverwege de nacht wakker in Kai zijn bed in plaats van in het onze. Geloof me, we hebben er tegen gevochten. Een stoel in de kamer gezet omdat een verticale positie minder slaapverwekkend is dan een horizontale. Met Kai proberen redeneren over hoe iedereen in zijn eigen bedje slaapt en hoe hij alleen moet leren slapen. Deur dicht en weg. Die tactiek gaven we op na een week omdat hij per nacht gemiddeld zo’n 5 keer luid huilend wakker werd. Nu is hij bijna drie, valt snel in slaap (al moeten we er wel even naast gaan liggen) maar wordt toch minstens één keer per nacht wakker. Omdat hij koud heeft of een nachtmerrie heeft gehad . En om hem weer in slaap te krijgen moeten we er dus even naast gaan liggen. En als dat om 4 uur ’s morgens is valt een mens al eens in slaap.

Ik vecht er niet meer tegen. Het is zoals het is. Maar eerlijk is eerlijk, ik vind het ook wel leuk. De regelmatige ademhaling van een slapend engeltje is ongelooflijk rustgevend. Als ik naast Kai lig en naar zijn ontspannen slapende gezichtje kijk, voel ik hoe de chaos en stress van de dag naar de achtergrond verschuift en alleen wij nog bestaan, hij en ik, mama en kindje, samen zwevend op een wolkje van dromen. Soms strekt hij zijn handje uit en legt dat tegen mijn wang. Of steekt hij zijn neus in mijn haren om dan zo in slaap te vallen. ‘Mami, te quiero mucho’, mummelt hij soms, voordat hij definitief richting dromenland verdwijnt.

Zo verkeerd kan dat dan toch niet zijn?

 

10689461_10152929840983545_1818205226852023199_n

Zeg nu zelf… wie kan deze aanblik weerstaan?

Advertenties

Hart en lever

Ik moet efkens iets kwijt. Het moet van mijn hart af, of van mijn lever: kies maar wat je zelf het meest passend vindt. Want in het hart daar zitten de gevoelens, de emoties en in de lever wordt gal geproduceerd. De gal die vele mensen zich geroepen voelen te spuwen op de sociale media, wat dan op zijn beurt weer op mijn gevoel werkt.

Volgens wikipedia produceert de lever zo’n halve liter gal per dag. Maar als ik tegenwoordig de commentaren en publicaties lees op verschillende sociale media, be it Facebook of de DS Online of Knack.be dan zou ik toch durven zweren dat wikipedia er naast zit met zijn schatting. En dat de gemiddelde Vlaamse lever een paar liters gal per dag produceert. Vooral woorden zoals ‘vluchtelingen’, ‘opvang’, ‘immigratie’ en ‘moslims’ doen de productiecijfers de hoogte in schieten. Gooi die woorden samen in één zin en hier en daar moet er iemand met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht wegens acuut falen van de lever.

Dat in ons dierbaar Vlaand’renland rechts-extremistische ideeën altijd een vruchtbare bodem hebben gevonden is niks nieuws. Iedereen weet wat een Zwarte Zondag is. Iedereen kent de leuze ‘Eigen Volk Eerst’ en is bekend met de uitspraken en het ideeëngoed van Vlaams Blokkers / Belangers. 10 of 20 jaar geleden was een racist en moslimhater per definitie een Vlaams Blokker en een Vlaams Blokker per definitie een racist en moslimhater. Zo simpel lag dat. Maar de laatste jaren is het allemaal zo wit/zwart niet meer (wat past deze uitdrukking mooi in deze context, hè?). Met de opkomst van nieuwe partijen die beweren rechts te zijn maar niet extreemrechts en die bepaalde ideeën van het Vlaams Belang meenemen in hun retoriek maar dan in een modern en minder opruiend jasje, lijken opeens meer en meer Vlamingen uit de kast te komen. Ze zijn geen racisten, nee. Ze zijn gewoon ‘eerlijk’, en ‘zeggen wat niemand anders durft te zeggen maar gewoon waar is’. Ze zeggen niet letterlijk ‘eigen volk eerst’, maar hebben het over de verdediging van de eigen normen en waarden en dat er bij ons toch ook veel mensen dakloos zijn en arm. Da’s toch waar, zekers? En het is toch perfect te begrijpen dat ge dan als gewone Vlaming eerst de eigen medeburgers uit het slop trekt vooraleer geld te geven aan die Syrische vluchtelingen. Want dat is erg, hè, dat van die vluchtelingen, hè, dat is inderdaad allemaal heel erg, maar ja, we kunnen toch niet heel de wereld hier gaan binnenlaten, we hebben hier zelf ook problemen, hè? En laten we eerlijk zijn, het is toch een ander volk, hè. Ze denken toch anders dan wij, hè. En voor ge het weet moet ge hier in België ook met een vod op uwe kop lopen, want zo zijn die mensen, hè. Die vinden dat iedereen overal moet doen zoals zij want anders dan zijn ze in hun gat gebeten maar hier in België hebben wij ons eigen gewoontes en als ze zich daar niet aan willen aanpassen… ja, dan blijven ze maar beter weg, hè. Toch? Allé, davinnekik, eh… ’t is nie dat kik ne racist zen, môr…

Opvallend is dat meer en meer mensen dit soort ideeën lijken te koesteren. Intelligente mensen. Mensen wiens waarden en normen ik meende te delen. En die opeens op facebook een vignet delen met voor mij schokkende stellingen als ‘bezorgde ouders zetten hun kinderen niet op een boot’ of ‘alvorens geld vrij te maken voor de vluchtelingen zou de regering beter onze eigen daklozen eerst opvangen’ of zelfs meer expliciet racistische boodschappen. Soms antwoord ik. Soms schud ik het hoofd in ongeloof en laat ik betijen. Maar ik word steeds bozer. Ik begrijp die houding niet, maar misschien mis ik informatie. Heeft de Belgisch regering misschien aangekondigd allengs een nieuwe belasting in te voeren waarbij elk Belgisch huishouden een vast bedrag dient af te staan om het vluchtelingenprobleem te helpen oplossen? Heeft de regering aangekondigd de fietspremie, de meertaligheidspremie, de premie voor de aankoop van een sauna in ecologisch hout of een andere subsidie af te zullen schaffen om met het vrijgemaakte geld een vluchtelingenkamp te bouwen? Misschien zelfs op de Gedempte Zuiderdokken waar de Sinksefoor niet meer mag staan wegens overlast maar die bruin mannen met hun raar gewoontes wel? Of heeft de regering afgekondigd dat uit respect voor de binnenstromende vluchtelingen en om de cultuurschok voor hen niet te groot te maken, alle vrouwen vanaf morgen buitenshuis een burka dienen te dragen en alle mannen een baard moeten laten groeien (en dat nu de hipstermode aan zijn zwanezang toe lijkt te zijn?) Of is er al iemand onteigend zodat zijn huis gebruikt kan worden als asielcentrum?

Niemand voelt zicht graag tot iets gedwongen en al helemaal niet als het in de portemonnee te voelen is. Mocht de regeringen dit soort maatregelen opgelegd hebben en ik het bijhorende artikel in DS Online of Knack.be gemist hebben, dan hoor ik het graag van jullie.

Maar zover ik weet is niks van het bovenstaande een feit. Het enige wat we weten is dat er een stroom vluchtelingen richting Europa komt. Te voet, per boot, per bus of per trein. En dat vluchtelingen mensen zijn: mama’s en papa’s en kindjes en oma’s en opa’s… En ja, dat het er meer zijn dan normaal en dat we er niet helemaal op voorbereid zijn. En dat we een beetje bang zijn want xenofobie is de mens eigen. Wat den boer ni kent, den boer ni frèt. En er zitten misschien wel terroristen bij… Maar dat onze Westerse waarden en normen naar mijn mening toch ook hulp aan de mens in nood omvatten. Elke mens, er staat geen asterix bij en een voetnoot die zegt: behalve als het een moslim of een zwarte is. En dat het toch normaal is weg te vluchten van een oorlog. Wie zou dat niet doen?

Een aantal onder jullie denkt nu waarschijnlijk: wat een idealist. Wat een onrealistische geitenwollensokkenbreister. Dat is jullie goed recht. En jullie mogen mij bij deze van facebook verwijderen want écht veel hebben we blijkbaar niet gemeen. Ik heb het vorige week zelf ook al gedaan. Iemand van mijn FB verwijderd omdat ik zijn ongenuanceerde racistische uitspraken meer dan beu was. Het was iemand waar ik niet echt veel interactie mee had, dus zo’n heldendaad was het ook weer niet, maar ik voelde me er wel goed bij. En ik ben van plan het te herhalen indien nodig.

Ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat we niet allemaal vluchtelingen kunnen opvangen in ons huis. Dat niet iedereen over dezelfde financiële middelen beschikt. Maar er zijn opties. Ook voor mensen met beperktere middelen zoals bijvoorbeeld ikzelf. Een kleine donatie aan Artsen Zonder Grenzen, onder het motto ‘vele kleintjes maken, één grote’. Contact zoeken met een lokale organisatie om babykleertjes die je niet langer nodig hebt te doneren. En vooral dit: een positieve verwelkomende houding. Kost geen cent. Maar het is het mooiste geschenk voor mensen die van de andere kant van de wereld zijn gekomen, op zoek naar een veilig onderkomen en een nieuwe start.

Getagged , , ,

#charlieHebdo – zonder woorden

Gisteren zat ik rustig wat te tokkelen op mijn toetsenbord. Een post over goede voornemens voor het nieuwe jaar. Een klassieker die ook dit jaar niet mocht onbreken. Toch? Het tokkelen wilde niet echt lukken dus besloot ik even online de krant te lezen.  Dat had ik al een paar dagen niet meer gedaan. Van zodra ik de standaard online openklikte had ik meteen in het snotje dat er iets ergs was gebeurd. In Parijs. Iets met een satirisch weekblad. Maar wat? Met elk artikel dat ik las, groeide mijn ongeloof en ontzetting. Hoe kan zoiets gebeuren? Op klaarlichte dag? Midden in Parijs? En wie is tot zoiets in staat? Waarom?  Zoveel vragen waarop niemand echt een antwoord weet maar waar iedereen wel een mening over heeft. Oplaaidende discussies op internetfora allerhanden. Provocatie versus vrijheid van meningsuiting. Officiële statements van politici. Steunbetuigingen wereldwijd. Het moet hartverwarmend zijn voor de 12 families die wezenloos achterblijven. Die een geliefde vader, broer, zus, kind, oom….verloren hebben op op de meeste brutale en zeker onverwachte manier. Wat gaat er door hun hoofden heen? Zijn ze trots op de mannen en vrouwen die gevallen zijn in naam van de vrijheid? Of boos? Op die koppige betweter die zijn eigen leven in gevaar bracht maar de dreiging niet serieus nam?  Of alleen maar in- en intriest?

Ik denk ook aan de ouders van de daders. Hebben ze sympathie voor de ideeën van hun kinderen? Zijn zij ook trots? Of krimpt hun hart daarentegen ineen? Vragen ze zich af wat ze fout hebben gedaan ?  Of ze dit hadden voorkomen? Kijken ze naar foto’s van vroeger, van lieve knulletjes in korte broeken die lachend de camera inblikken en die in niets lijken op de gemaskerde mannen die op het scherm de straat overrennen, grote Kalashnikovs in de hand? En vragen ze zich af waar het in Gods of Allah’s naam is misgelopen? Blijft ook hun familie verwezen achter?

Update 09/01: volgens de Standaard Online zijn de vermoedelijke daders weeskinderen…. verandert dit iets aan de zaak? Is dit een verklaring voor hun daden?

De wereld lijkt gek geworden. Jongeren die wegtrekken naar een land in oorlog waar ze nog nooit eerder een voet hebben gezet. Om idealen te verdedigen waar ze voorzeker een paar jaar geleden nog nooit van hadden gehoord en hun ipad en ipod inwisselen voor messen en geweren waarmee ze andere even jonge kerels de nek mee oversnijden of de hersenen mee uit het hoofd blazen. Omdat hij niet hetzelfde gelooft. Of wel hetzelfde gelooft maar met andere nuances. Omdat iemand zegt: wij zijn de goei en al de rest moet sterven. Ik begrijp het niet. Ik kan er met mijn verstand niet bij. Ik zou mijn weloverwogen mening willen formuleren of het gebeuren, gestaafd met argumenten en cijfers en logische gevolgtrekkingen. Maar het lukt me niet. Er zijn geen argumenten voor pure waanzin. 10924780_1027521367263468_1633517111848499698_n

Nieuwjaarsresolutie #1

Commentaar leveren op andermans blogs, het begint precies een gewoonte te worden…. Was het even geleden nog de blog van Ilse Ceulemans en ‘Is dit nu quality time’ waar ik mijn gedacht over wilde zeggen, dan is het nu een spontane blog van de mij verder geheel onbekende Dalilla Hermans (http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/12/17/ik-ben-het-beu-om-te-doen-alsof-het-allemaal-wel-meevalt) die me in de pen doet kruipen of beter gezegd, op mijn toestenbord doet tokkelen.

Want God, wat kan ik haar goed begrijpen en wat heeft ze een overschot van gelijk! Zelf ben ik een oervlaams exemplaar met blonde haren, groene ogen en bijhorende rode koontjes, dus direct slachtoffer van racisme heb ik me nooit gevoeld. Maar als vrouw van een Ecuatoriaanse immigrant in Spanje weet ik zeker wat het is en wat voor effect het op een persoon kan hebben. Voorbeelden legio: als laatste bediend worden in de ferretería (tenzij de blonde vrouw ernaast staat), altijd prijs hebben bij ‘willekeurige’ politiecontroles, jobs verliezen aan minder gekwalificeerde maar ‘blankere’ mede-kandidaten, beledigende commentaren moeten aanhoren over hoe ‘het toch waar is dat jullie altijd…’ gevolgd door uitspraken over openbare dronkenschap, partnergeweld, sexuele promiscuiteit en intellectuele vaardigheden van immigranten in het algemeen en Zuid-Amerikanen in het bijzonder.. Waarbij dan verontschuldigend wordt gezegd: ‘No es el caso tuyo, pero…. No es que yo sea racista, pero…’

In de loop der jaren heb ik al geleerd dat er na de zin ‘Ik ben echt geen racist maar….’ er steevast een opmerking van kaliber volgt. Dat racisme bestaat is me dus geen wonder en dat mensen met een kleurtje in België nog meer opvallen dan in Spanje, smeltkroes van culturen en immigratieland bij uitstek, dat weet ik ook. Toen mijn schoonfamilie 8 jaar geleden voor mijn huwelijk naar ons Kempendorpje kwam, hebben we dat ook geweten. Blikken op straat. Een auto die bijna van de baan reed van het gapen. En drie weken later drie dorpen verderop bij de bakker de vraag aan mijn moeder of ‘die bruin mannen’ er nog waren?

Dat het bestaat weten we allemaal. Maar wat me angst aanjaagt is de manier waarop dat eerder latente racisme van vroeger, vaak gebaseerd op pure onwetendheid en navelstaarderij van mensen die nooit verder waren geweest dan hun eigen dorp, tegenwoordig zo aan de oppervlakte drijft. En zo sociaal aanvaard lijkt te zijn. Wie  al eens de moeite neemt om commentaren te lezen op  DS Online of Knack.be weet zeker waar ik het over heb. Het lijkt wel alsof een goedgeschreven en met pseudo-wetenschappelijke argumenten onderbouwde racistische commentaar ophoudt racistisch te zijn. Sterker nog, het lijkt hier uiteindelijk te gaan over het recht op vrije meningsuiting, ‘het durven zeggen waar het op staat’, ook al is dat dan misschien ‘niet politiek correct’.

En ik begin te begrijpen hoe mensen die voortdurend te maken krijgen met kleine en grote, bewuste en onbewuste uitingen van racisme mettertijd een defensieve houding ontwikkelen, of achterdochtig worden, zoals Dalilla het omschrijft. Hoe ze ophouden met minzaam glimlachen telkens ze een lompe of laatdunkende opmerking te horen krijgen en hoe ze mettertijd, bij opmerking duizendhonderdenzoveel opeens scherp of agressief uit de hoek komen. Met als reactie van het blanke publiek: ‘ja, typisch, hè, die mensen die zijn gewoon zo, daar kunt ge gewoon niet mee klappen…’.

Ik hoop alleen net als Dalilla, dat het nog niet te laat is om het tij te keren. Dat ik nooit aan mijn zoontje ga moeten uitleggen waarom hij er zich niks van moet aantrekken, dat de andere mensen dom zijn, dat het maar opmerkingen zijn. En dat hij gewoon dubbel zijn best moet doen omdat hij toevallig de pech heeft er iets minder Europees uit te zien dan Pedro van de buren.

Daarom neem ik me voor, bij wijze van nieuwjaarsresolutie, vanaf nu racistische opmerkingen niet zomaar meer voorbij te laten gaan. Want zwijgen is toestemmen en ik wil niet mede schuldig zijn aan de opmars van de onverdraagzaamheid. En jullie?

teaching-diversity-e1357672826697

Getagged

Godin in ’t diepst van mijn gedachten

Ik ben een godin in ‘t diepst van mijn gedachten. Slank en min of meer in proportie, stralende blik, gezonde appelwangetjes en een lichtgouden teint van de Spaanse zon. Zeg Bar Rafaeli of Doutzen Kroes maar dan de Vlaamse versie en in het klein (een mens moet tenslotte realistisch blijven).

Gebruik uw verbeelding en maak er een blonde godin van - de andere zoekresultaten van goddess + mountain op google zijn niet voor publicatie vatbaar

Gebruik uw verbeelding en maak er een blonde godin van – de andere zoekresultaten van goddess + mountain op google zijn niet voor publicatie vatbaar

Tot ik een foto van mezelf voorbij zien komen en de Godin in mij van verbazing achterover van de Olympos valt, met haar smikkel in het slijk (‘t is altijd ietwat vochtig op zo’n berg). Wie is die vierkante moef met wallen onder haar ogen, warrig haar en ongezonde zombie-kleur ? En poseren kan ze ook al niet. Zo geforceerd ! En wat voor gezicht trekt ze daar nu weer? Haar bril staat trouwens ook scheef, wat een trees, zeg… Ah, maar wacht eens efkens, …. Die trees…. Die komt mij precies bekend voor…. En met veel kabaal van rollende stenen, afknappende takken en gebleir van opgeschrokken berggeiten valt de Godin in mij van haar berg. En blijft even versufd en beduusd beneden in het zand zitten. Gelukkig is het een koppige, die Godin van mij. Na een tijdje staat ze recht, klopt ze het stof van haar perfect aansluitende gewaad dat beginnend buikje en galopperende celulitis – die ze uiteraard niet heeft – perfect verbloemd, en begint opnieuw aan de klim naar boven. Godinnen zijn nu eenmaal onsterfelijk.

Getagged , ,

Een kast vol kleren en niks om aan te doen

Een kast vol kleren en niks om aan te doen. Nog iemand bekend met het fenomeen? Ik zit al een paar dagen te bedenken wat ik zal aandoen voor Kai’s doop. Dat kleedje met korte mouwen? Te koud voor België in december, zelfs met een vestje. Dat rode jumpsuit? Open rug, zeker te koud.  Dat pluchen kleedje? Warm genoeg maar willen we er op de doopfoto’s uitzien als een lila cookie-monster? Nee, dat willen we niet. Die broek? Die zakt af en dan staan we de hele tijd met ons ‘voor’ bloot.  Dat gaat meneer pastoor niet graag hebben. Of misschien juist wel, maar anyway, not done. Plus dat ik niks heb om er bovenop aan te doen.

Kleren van vóór Kai: hier en daar een beetje te strak. Kleren van na Kai: hier en daar een beetje te los want die zwangerschapskilo’s zijn er nu écht wel af. Wat wél past is alleen geschikt voor de zachte Spaanse winter en het tropisch micro-klimaat bij ons op kantoor. Behalve dan misschien die legging met die glittertrui met vleermuismouwen…  Heel erg jaren ’80… Maar misschien kan meneer pastoor ervan overtuigd worden een paar discobollen boven het doopfont te hangen?

untitled

Getagged ,

Weien met koeien

Weien met koeien. Of van tijd wat paarden. Maar liefst met koeien: witte met bruine vlekjes, witte met zwarte vlekjes, soms al eens zo’n mooie rooie. Wei na wei, af en toe onderbroken door een stukje bos, een kluitje huizen of een dorpsgemeente. Zo’n dorpsgemeente waar de hoofdstraat onvermijdelijk uitloopt op een mooie kerkentoren met niet al te ver daarvandaan een dorpscafé dat misschien ‘Onder den Toren’ of ‘Den Eik’ heet en waar de kerkgangers na de zondagsmis een borreltje of een pintje gaan drinken.

En naast die weien een breed fietspad richting volgend dorp. En een groene berm die overloopt in een greppel en die in de zomer volstaat met boterbloemekes en pisbloemen en van tijd al eens klaproos. En staat er iemand stil op dat fietspad dan komen de koeien uit de wei ernaast heupwiegend aangeschokt tot bij het prikkeldraad, nieuwsgierig op wat groene sprietjes kauwend.

En in het donker hoor je ze smakken en blazen en zuchten. Van tijd eens eens halfslachtig loeien terwijl in de koude herfstlucht  hun wolkjes warme adem wegdrijven over het bedauwde gras.

Weien met koeien , een beetje heimwee en veel nostalgie.

images

Getagged , , , , ,

Multi-culti-coca-cola

Eén van de voordelen van leven in een multi-culti-familie is dat er altijd wel wat te vieren valt. Neem de komende maand december, bijvoorbeeld. Eerste feestje op de kalender: 6 december. Sinterklaas! Vlak voor de Goedheilig man op de stoomboot stapt, komt hij even langs in Mas d’en Gall want ook wij hebben soms een brave jongen in huis. Bonusfeestje op 21 december wanneer datzelfde brave jongetje in de stille Kempen wordt gedoopt. Volgende feestje: 24 december. Dat wordt een mega-evenement: eerst kakt de Catalaanse ‘cagatío’ wat snoep en kleinigheidjes en wanneer het enthousiasme daarover is voorbij-geëbd  komt Papa Noel door de schoorsteen geschoven met een zak vol nieuwe geschenkjes. Zoals dat hoort in Ecuador. En last but not least, op 6 januari los Reyes Magos, de speelgoedproviders voor alle brave Spaanse kindertjes.

Gevolgd door buikpijn van teveel snoep en koppijn van het kijken naar de rode cijfers op de bankrekening. Vermoed ik. Want ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik dit multi-culti-viva-la-fiesta-syndroom ga tackelen. Op zich heb ik er geen probleem mee mijn kleine monstertje te overladen met cadeautjes. Dat doen we immers allemaal graag, waar of niet?. Maar vier keer op een kleine maand tijd? Kijk, dat vind ik er toch wat over. Ik wil van mijn kleine monstertje geen verwend nest maken, laat staan een VIP-member van de consumptiemaatschappij. Anderzijds weiger ik afstand te doen van Sinterklaas. Ik heb geen feeling met Papa Noel of de Drie Koningen, die kunnen me gestolen worden. De Sint daarentegen, al dan niet met zwarte, gele of rode pieten: dàt is nog eens een man van mijn hart. Papa Noel afschaffen dan? Mijn echtgenoot kijkt me geschokt aan bij het idee alleen al, klaar voor een discussie over wie er altijd zijn gelijk haalt bij ons en waarom dat zo oneerlijk is. No, Papa Noel no se toca. OK, maar dan gooien we op zijn minst de Cagatío op het haardvuur. Geen slecht idee, ware het niet dat ik weet dat eens ons monstertje op de kleuterschool zit hij elk jaar rond kerst zal thuiskomen met een ‘magisch’ boomstronkje met een rode muts, dat hij vol vertrouwen bij de kerstboom zal zetten in volle overtuiging dat het straks cadeautjes zal kakken. Want dat heeft de juf zo gezegd. OK dan, de sint blijft, papa noel blijft, cagatío blijft. Dan gaan de driekoningen voor de bijl. Toch? Terwijl de driekoningenstoet door de straten trekt, de kinderen van Esparreguera bestrooiend met snoepjes, zal Kai thuis blijven en met zijn kerstcadeautjes spelen. En wanneer de volgende morgen op het schoolplein de kindjes hun cadeautjes vergelijken zal Kai zich niet minder voelen en met goede argumenten alle lelijke commentaren weerleggen want kinderen zijn rationele wezens met begrip voor culturele verschillen….. De Drie Koningen blijven ook dus.

Aangezien het elimineren van de hoeveelheid kindervrienden die in december de revue passeren niet aan de orde lijkt te zijn, moet ik dus op zoek naar een andere oplossing. Ik dacht aan een soort van damage control.  Sinterklaas brengt alleen snoepjes en koekjes, bijvoorbeeld, net zoals de cagatío. Wat me ook beter lijkt voor de ingewanden van het arme stronkje. Want magisch of niet, kakt maar eens een smoby-keukentje… Papa Noel brengt het zwaar geschut en de Drie Koningen brengen wat kleine prulletjes. Op die manier kan mijn kleine monstertje participeren in alle feestelijkheden, hoeft mama geen afstand te doen van de sint én krijgt het eerder vermelde monstertje  niet het idee dat het normaal is elke dag nieuw speelgoed te krijgen. Want dat is het niet. Ook al lijkt het soms van wel.

Eerlijk is eerlijk, ik zucht ook als ik oude mensen hoor zeggen dat we ‘boven onze stand leven’. Vooral als het oude mensen zijn met een Volvo of een Mercedes die overwinteren in Torremolinos en en comfortabel leven van hun naoorlogse boom-centen. Maar toch. Ze hebben gelijk.  Vroeger, lang geleden, was een cola drinken een klein feestje op zich. Nu willen we alle dagen cola. Alle dagen feest. Gelukkiger zijn we er denk ik niet van geworden. Wat ik voor mijn zoontje wil is net dat: geluk zonder centen. Geluk zonder cola. Alle feestjes ten spijt. Toch?

coca cola

Getagged , , , ,

No More Mr. Nice Guy (goeie voornemens)

Nieuw jaar, dus nieuwe goede voornemens. Dit keer staat er iets nieuws op mijn lijstje van evergreens zoals ‘afvallen’, ‘meer sporten’ en ‘minder stressen’, namelijk : minder lief willen zijn voor iedereen. Ja, dat hebben jullie gelezen, het staat er inderdaad : minder lief willen zijn  voor iedereen. En liever voor mezelf. Wat minder zelfopoffering ten bate van anderen en wat meer aandacht voor mijn eigen prioriteiten. Niet omdat lief zijn voor anderen slecht is. Helemaal niet. Maar omdat lief zijn voor anderen een boomerang-effect zou moeten hebben  zodat anderen ook  lief zijn voor jou, en dat wanneer dit niet het geval is het nodig is de vraag te stellen: ben ik nou lief of gewoon dom? Vermoedelijk is het laatste waar. Het begint deze eeuwige Alice in Wonderland te dagen dat niet iedereen lief wil zijn voor anderen, dat sommige mensen gewoon gebruik maken van goedheid en hulpvaardigheid om hun eigen kleine brandjes te blussen en zodra dat is gebeurd verdergaan met hun eigen leven terwijl jij achterblijft met je eigen laaiende vuren zonder zelfs maar een emmer om water mee te pompen want die heb je in al je goedheid aan nog iemand anders uitgeleend.

Dus vanaf nu vul ik geen afwachtende stiltes meer in met: ‘geen nood, ik zal het wel doen’, neem ik geen vervelende taken van collega’s over enkel en alleen om hen het leven makkelijker te maken en parkeer ik op mijn eigen ruime plek in plaats van mijn auto tegen een paal te rammen omdat ik die zogenaamd minder handige collega mijn plaats afstond. Ik leen enkel nog uit wat ik zelf niet meteen nodig heb, rijd geen  tientallen euro’s benzine meer op om iemand een treinkaartje van een euro te helpen besparen en doe afstand van mijn officieuze positie als hofleverancier voor bedrijfsfeestjes. Zo, dit voornemen staat zwart op wit. De eerste stap bij de AA (Anonieme Altruisten) is toch erkennen dat je een probleem hebt en eraan willen werken, niet?

PS:  Wie mijn hulp écht nodig heeft kan natuurlijk zoals altijd op me rekenen.

altruism

Getagged , ,

Fijnproever

Pas wanneer je een klein opdondertje van een paar maanden thuis hebt rondkruipen, besef je hoe kindonvriendelijk het gemiddelde huis wel niet is en hoeveel gevaren er in even zoveel hoeken schuilen. De laatste maanden breng ik de dagen door met het uit het bereik van grijpgrage handjes plaatsen van vuilnisbakken (nooit gedacht dat zo’n plastic zak het proeven waard zou zijn),  sleutelbossen, staande lampen, electriciteitskabels, de etensbakjes van Estrellita, krantenbakken, aanmaakhoutjes en dies meer.  De vloer moet meerdere keren per dag worden geveegd en gedweild want het kleinste pluisje, kruimeltje, snippertje of  scherfje wordt gedetecteerd en voor keuringstest richting mondje gestuurd. Eerst school het gevaar enkel op kruipniveau, maar sinds hij een loopwagentje heeft én zichzelf kan rechttrekken is zowat alles rode zone geworden. Je ziet pas wat er ligt als het al richting mondje wordt geheveld.

Mijn lieftallige kleine monstertje is vooral gefascineerd door draadjes en lintjes en plastic zakjes, want die kan je zo fijn met 6 kleine tandjes in stukjes scheuren. Ik ben oprecht  verbaasd dat zijn kakjes nog niet netjes verpakt in plastic zakjes in zijn pamper liggen. Een andere bron van fascinatie is Estrellita, die overigens helemaal niet te spreken is over deze ongewenste aandacht van een mini-stalker. Die zich gespecialiseerd heeft in commando-kruipen en haar overal te pakken krijgt en hardhandig aan haar pels rukt. Dat ze mijn schoot moest afstaan aan dit opdondertje is ze ook nog niet vergeten, maar tegenwoordig blaast ze liever de aftocht richting mandje dan te proberen het fort te verdedigen tegen deze brutale vogel.

Kasten krijgt hij ook al open en alles wat er in een kast ligt is per definitie interessant. Broodzakken of poetsprodukten, hij wil het allemaal aan nader onderzoek onderwerpen.  Bij voorkeur via een empirische smaaktest. Bij het wassen zijn we al overgeschakeld van een sponsje op een washandje want de sponsjes overleefden de testfase meestal niet en stukken spons uit een ongewillige baby-mondje pulken is best vermoeiend.

Gezien deze duidelijke orale fixatie zou je misschien denken dat mijn lieftallige kleine monstertje een grote eter is. Maar niet dus. Het wordt een fijnproever. Kleine hapjes. Maar gesavoureerd.  Sac de poubelle gemarineerd in een saus van afwasmiddel en afgewerkt met sponskruimeltjes.  Hemels !

Getagged , , , ,