Maandelijks archief: oktober 2015

Gedachten

‘s Morgens in de auto, op weg naar het werk, zet ik graag de radio op. Mijn favoriete radio-zender is KISS FM, con tus favoritos de los 70,80, 90 y hoy! Meezingbare pop- en rockklassiekers dus. Om vrolijk van te worden voor ik me de rest van de dag achter mijn computer verschuil. Soms passeert er al eens een liedje de revue dat de gevoeligere snaar raakt. I’ll be missing you (https://www.youtube.com/watch?v=mM0-ZU8njdo) bijvoorbeeld, of Tears in heaven (https://www.youtube.com/watch?v=JxPj3GAYYZ0.) Dat laatste eindigt inderdaad in tranen, niet in heaven maar on the dashboard. Want dat gaat over afscheid nemen van iemand die je in dit leven nooit meer terug zal zien. Hopend op een ontmoeting in de hemel of in een ander leven. Hopend. Want of er leven na de dood bestaat, dat is nog maar de vraag. En als je iemand terugziet in de hemel, als de hemel al bestaat, hoe gaat dat dan precies in zijn werk? Hoe herkennen ze ons? Zien zij eruit zoals toen ze stierven? En zien zij ons zoals we waren op de laatste dag van hun leven? Of komen wij daar aan zoals wij er de laatste dag van ons leven uitzagen? Ook al waren we misschien peuters toen de andere stierf? Of is de hemel multidimensioneel en verander je van leeftijd en aspect al naargelang wie je ontmoet? 15 als ik ons vake boven tegenkom. 30 als het onze va is. Anderzijds…. hoe kan ik hen dan vertellen over Kai, dat kleine wonder dat geen van beiden ooit heeft mogen kennen? Om hen over Kai te kunnen vertellen moet ik minstens 33 zijn….Maar als ik daarboven aankom in mijn pittige dertiger-versie, herkent ons vake mij dan wel? Would you know my name, if I saw you in heaven? Would it be the same? Of hebben we in de hemel gewoon geen uiterlijke vorm? Zijn we alleen maar geest en essentie? Maar wat dan met die bijna-doodervaringen waarbij mensen terugkomen en vertellen dat ze hun oma zagen staan aan het einde van een lange lichttunnel? Vragen die ik me soms stel, vooral op een donderdagmorgen in de file , in de aanloop naar allerheiligen of op eender welk onbewaakt moment en waar ik vooralsnog geen antwoord op heb gevonden. Maar zoals een andere klassieker het stelt: ‘we’ll meet again, don’t know where, don’t know when, but… we’ll meet again.’ Toch?

índice

Facebook

Dat ik een nogal fervent facebookgebruiker ben hoef ik niemand meer te vertellen. Het is voor mij een manier om in contact te blijven, hoe oppervlakkig misschien ook, met al mijn international connecties, met mijn thuisland en met mijn verleden. Het is de digitale variant van het praatje dat ik graag met iemand had geslagen , was ik hem tegengekomen bij de uitgang van de supermarkt of bij de bakker. Of een uitlaatklep voor kleine of grote frustraties op de werkvloer. Of een forum voor het stellen van al dan niet domme vragen die ik graag even in de virtuele groep gooi. Natuurlijk had ik dat allemaal liever met een live-publiek gedaan, ergens op café of in de refter of bij de uitgang van de PG, maar het expatleven is soms eenzaam, er is hier geen PG en op facebook heb ik toegang tot een commune van min of meer gelijkgestemde zielen die ik graag als als klankbord gebruik. En uiteraard is Facebook ook een beetje een etalage waarin ik zorgvuldig geselecteerde stukjes van mijn leven tentoonstel. Zoals iedereen. Alleen de mooiste vakantiefoto’s. Alleen die kiekjes waarop je huis geen rommelkot lijkt. Alleen die prentjes waarop je samen met manlief verliefd de camera inblikt. En dan ben ik nog totaal technorigide en maak ik geen gebruik van filters en amateurfotoshopapps. Natuurlijk ben ik niet de enige die zich hier schuldig aan maakt. We doen het allemaal: ‘Amai, wadden bakkes trek ik hier op deze foto, dieje nie oep facebook, zenne.’ Uitgekiende foto’s van een metertje perfect afgereden gazon bij schemerlicht met op de voorgrond een Duveltje of een glas wijn en de hashtag #genieten. Stukje vuistdikke steak op den barbaceau, hashtag #nomnomnom , een paar voeten op een ligbed met een blauw stukje zwembad in de hoek , #vakantie #vivalavida. Etcétera, etcétera… En nee, dit is geen kritiek. Want ik doe er even enthousiast aan mee. Ons facebookleven lijkt soms een aaneenschakeling van perfecte momenten van een perfect leven. Op facebook geen frustratie omwille van het lange wachten op de luchthaven met bijhorende echtelijke ruzie ten gevolge, geen centimetertje verwaarloosde hof met hier een daar een strategische hondedrol en de rekening van den beenhouwer die toch ook wat hoger uitviel dan verwacht (jawadde zeg, 20€ voor zo’n onnozel stukske vlees???) blijft vanzelfsprekend onbesproken. En die voetenfoto aan het zwembad? Omdat de meer noordelijke regio’s van ons lijf gewoon niet meer zo voor publicatie vatbaar zijn. Zo zit dat.

Het begint me de laatste tijd evenwel meer en meer te dagen, dat ik die zorgvuldig geselecteerde façade die facebook is begin te zien als werkelijkheid. Dat het leven van anderen mij perfect lijkt en het mijne zo rampzalig. Dat iedereen zo succesvol lijkt, terwijl ik het gevoel heb maar wat aan te modderen. En daar wordt een mens dus niet gelukkig van. Van vergelijken. En soms heb ik dan opeens toch een diepgaande conversatie met iemand. En kom ik tot de conclusie dat iedereen zo zijn problemen heeft. Dat niemand perfect is. Dat elk huisje zo zijn kruisje heeft. En dat die kruisjes soms veel zwaarder te dragen zijn dan de mijne. En wat kwam ik vandaag tegen op de facebookpagina van de The Gentlemom? Bats, hier hèddet:

11150196_1610865335796687_8180748783673606022_n

En dus vandaag heb ik een paar fotootjes gepubliceerd waarop ik er alles behalve perfect uitzie. Waarop mijn neus te groot is en mijn kin te dubbel en mijn haar te dun en mijn ogen te klein. Foto’s waarvan ik gisteren nog zei: ‘Nieje, nieje, dieje nie op facebook, zenne!’ Foto’s die niet perfect zijn maar die wel perfect het plezier weergeven dat mijn vriendinnetje en ik op dat moment hadden. Omdat ik begin te beseffen dat ikzelf niet altijd zo nodig perfect hoef te zijn. Want dat niemand dat is.