Maandelijks archief: augustus 2015

Ontspannend dagje uit

Wil je graag een ontspannend dagje uit, neem je kind dan mee naar een pretpark. Een waterpretpark, bij voorkeur, want in badpak of bikini, met al je lillend vlees op den toog , wordt het alleen maar leuker. In het zog van je dartele, onbezorgde tweejarige, plons je door het peuterbadje, al pogend geen enkel babyvingertje of peutervoetje onder je mammoetpoten te vertrappelen , zonder daarbij natuurlijk je eigen woelwater uit het oog te verliezen. Op een meter van je vandaan slipt hij net van een glibberig trapje. Met de eerste symptomen van een kleine hartstilstand waad je in ijltempo naar hem toe, hopend dat het water niet rood gaat kleuren. Maar hij staat alweer recht en lacht breed. Niks aan de hand. Dan wil hij in de grot met het regengordijn. Je stoot je hoofd tegen de laaghangende rotsen maar volgt hem dapper verder de grot in, want God weet welke monsters staan hem daar op te wachten. Behalve een mede-ouder die lijdzaam toekijkt hoe zijn peuterdochtertje druppels van de rotswand likt, is er verder niks of niemand te bekennen.

De buil op je hoofd is nog in volle ontwikkeling als je zoontje je vraagt mee van de schuifaf te gaan. De schuifaf op peuterformaat uiteraard. Nèt iets te smal voor een 34-jarige kont. Maar het idee je kleine druif er alleen te laten afglijden, het woeste (0.5 meter hoge) water in, doet je alweer hyperventileren, dus prop je je billen zo goed en zo kwaad het kan op het mini-glijbaantje en duw je jezelf een weg naar beneden, wetend dat morgen alles bont en blauw zal zien en en passant je vinger openhalend aan de onverwacht scherpe zijkant. Kleurt het water alsnog rood. De verantwoordelijke volwassene en moeder in je staat nog te overwegen of ze klacht moet indienen bij de directie van het waterpark voor overdreven scherpe randjes als je zoontje weerom van de gladde traptreetjes slipt. Dubbele klacht dan maar? Twee vliegen in één klap ? Je bent er nog niet uit of je onversaagde tweejarige is al bezig een waterkasteel te beklimmen, waarbij hij duidelijk de allerhoogste glijbaan als einddoel heeft. Je spurt mee naar boven, vertrappelt onderweg drie of vier kleine kinderen en komt net op tijd aan om achter je kleine van de glijbaan te roetsjen en met een hard bonk op de bodem van het plonsbad te landen. Je kont ziet blauw maar je kleine is niet verzopen. Hèhè, dat hebben we weer goed gedaan.

índiceAls verantwoorde moeder had je natuurlijk ook frigoboxen vol gezonde snacks bij waar zoonlief niet eens naar omkijkt. Ondanks herhaaldelijk aandringen eet hij niet meer dan twee hapjes van de Ecuotoriaanse aardappelsalade, hoeft hij geen broodstokjes of rozijntjes, maar eet hij halverwege de middag wèl de zak doritos leeg.

‘Gaan we naar huis ?’, vraag je rond een uur of 5. ‘Nee, a casa no’, luidt het overduidelijke antwoord. ‘Maar ben je dan niet, moe?’, vraag je hoopvol. ‘Nee, Kai slapen nee’. Met de belofte nog even langs de dolfijnen en zeeleeuwen te lopen, krijg je het kleine grut dan toch eindelijk op weg richting uitgang, waar je eerst nog een verplicht rondje spitsroeden lopen doorheen de gift shop wacht. Bij de auto aangekomen, zet je een bruinverbrand mannetje in de autostoel. Hij zoekt en vindt meteen zijn knuffellapje en tutje en valt als een blok in slaap. Nu nog anderhalf uur rijden en je ontspannend dagje uit is over.

Kinderen

Gevoelig ben ik altijd al wel geweest. Tranen met tuiten huilen met films en boeken, veel moeite heeft het me nooit gekost. Maar sinds ik moeder ben, lijkt die gevoeligheid alleen nog maar toegenomen. Het journaal uitkijken is tegenwoordig een ware foltering. Zoveel dood en geweld, zoveel lijden, zoveel verdriet,… Vooral de kindergezichten die op het scherm voorbijflisten, met ogen wijd open van de schrik of gevuld met tranen of – erger nog – zonder enige uitdrukking, in leven dood… het raakt me. Fysiek zelfs. Mijn maag krampt er van samen en ik wordt er letterlijk misselijk van.

131208074706-02-syrian-refugees-1208-horizontal-large-galleryNu de vluchtelingen uit Syrië dagelijks mijn scherm vullen, begin ik me af te vragen of ik niet beter de televisie uit laat, mijn kop in het zand steek en in plaats daarvan op facebook wat onschuldige puppyfoto’s bekijk. Niet omdat het me niks kan schelen. Niet omdat ik vind dat ze hun problemen maar in hun eigen land moeten oplossen en ‘eigen schuld, dikke bult’ en waarom moeten wij opdraaien voor hunnen ambras, en meer van dat gelul waarin sommige online lezers van kranten en opiniebladen tegenwoordig grossieren. Maar omdat ik in de gezichten van al die kinderen, die door wanhopige vaders over prikkeldraad worden geheven of in propvolle treinen worden geduwd of die midden op een Bulgaars of Macedonisch plein ergens op de blote grond liggen te slapen of op een Grieks eiland met verwarde haren naar de zee staren… in al die gezichten van al die kinderen… het gezicht van mijn zoontje weerspiegeld zie. Ze lijken allemaal zo op hem.

imagesIk zou door het scherm van de televisie willen kunnen reiken en dat kleine jongetje, dat op een Bulgaars plein onder de blote hemel slaapt, zijn knuistjes onder zijn hoofdje en zijn tutje in de mond – zoals Kai – in mijn armen nemen en naar een zacht bedje dragen – zoals dat van Kai – en hem onderstoppen met een naar pasgewassen ruikend laken – zoals dat van Kai – tot hij de volgende morgen wakker wordt in een andere, veiligere, betere wereld.

En dat jongetje dat op de reddingsboot staat te huilen, zijn armen uitgestrekt in het niets, terwijl rondom hem volwassenen roepen en aan hem wegduwen, tot uiteindelijk een man – zijn vader? – hem in zijn armen meegraait en verder het dek opneemt… wat zou ik dat jongetje graag troosten en hem zeggen: ‘niet huilen , lieve schat, mama is hier, er kan niks gebeuren.’

Maar ik kan niks doen. Behalve machteloos toekijken. Microdonaties aan Artsen Zonder Grezen en Unicef verrichten die vermoedelijk weinig of niks veranderen. En Kai nog eens vastpakken en knuffelen, waarbij ik hem misschien iets harder vastknijp dan nodig…