Maandelijks archief: mei 2012

IDEE FIXES (Niet geschikt voor politiek correcte lezers)

WARNING: YOU’RE ABOUT TO READ A VERY POLITICALLY INCORRECT BLOG

Verkopen doe ik ontzettend graag, maar wat ik nog leuker vind is inkopen. Inkopen bij buitenlandse providers, vooral, want dat biedt me de gelegenheid mijn Engels, Duits, Frans, Italiaans of zelfs mijn Aaaaaaaaaantwaaaaaarps nog eens boven te halen én een mijn antropolische nieuwsgierigheid te bevredigen en bepaalde idées fixes te bevestigen of net uit de weg te ruimen.

Idée fixe 1 : Duitsers zijn bijzonder ernstige en saaie mensen

Absoluut niet waar. Ik houd er bijzonder vrolijke en onzinnige conversaties op na met het merendeel van de Ergoline-staf (onze zonnebank-provider). Met twee van hen onderhoud ik al jaren een platonische LAT-relatie die geheel en al bestaat uit overdreven liefdesverklaringen per email.  Dit kan men bezwaarlijk ernstig gedrag noemen.

Volgens Spanjaarden zijn Duitsers ‘muy cuadrado’, wat betekent dat ze moeilijk van de regels afwijken en alles volgens het boekje willen doen, en daar zit wel wat in. Wie een technische vraag wil stellen kan maar beter het serienummer van de machine in kwestie bij de hand houden, want hoe algemeen je vraag ook is, zonder serienummer kan er niks opgelost worden.

Ze lopen er ook eerst standaard een lijstje vragen op na, ook al heb je tijdens je intro de helft ervan al beantwoord. Terwijl jij jezelf van ergernis probeert op te hangen met de telefoondraad, dreunen zij onverstoorbaar het lijstje verder op. Hemeltergend!

Idée fixe 2: Italianen zijn chaotisch en houden van blondines.

Absoluut waar. We hebben twee Italiaanse providers en chaotisch is het enige woord dat onze relatie accuruut beschrijft. Ze hebben blijkbaar nog minder organisatorisch talent dan de gemiddelde Spanjaard, en dat wil wat zeggen. De factuur komt nooit overeen met de leveringsbon, produkten zijn nu eens niet dan weer wel voorradig (bij voorkeur tijdens het hoogseizoen) en ze veranderen zonder waarschuwing produkten in je bestelling door het produkt dat wel voorradig is én hun voorkeur geniet. En ze houden van blondines. Of toch van mij. U mag zelf kiezen waar u denkt dat het aan ligt.

Idee fixe 3: Amerikanen zijn de beste entrepreneurs ter wereld en een Amerikaans bedrijf is per definitie een goed-geöliede  geldmachine. En ze zijn wereldvreemd.

Het eerst is absoluut niet waar en het tweede daarentegen couldn’t be more true.  Mijn bedrijf is shareholder van een Amerikaanse fabrikant van fitnessapparatuur en we zijn de exclusieve vertegenwoordiger van een bekend Amerikaans merk van lotions, dus ik zit tot over mijn oren in de Amerikanen. Niet dat ik dat erg vind. Heb Amerikanen altijd bijzonder charmant en leuk gevonden, de mannen dan toch. Maar zaken doen met hen is moeilijker dan ik oorspronkelijk had gedacht. In de eerste plaats omdat je voorzichtig moet zijn met wat je zegt. Straightforwardness wordt op prijs gesteld zolang je er maar een stapel doekjes rondwindt. Wat het recht-voor-raapeffect beduidend teniet doet.  Zijn ook ontzettend goed in nietszeggende antwoorden geven op een mail vol klachten die zó goed geschreven zijn dat je eerst denkt : ‘nou, ze nemen me hier écht wel ernstig, hoor’, tot je de mail eens laat bezinken en beseft dat ze je eigenlijk op bijzonder beleefde en vriendelijke wijze hebben gezegd dat je de pot op kan. Maar ik vergeef het hen keer op keer. Ze zijn zo lief, meneer….

Ook peptalks zijn hun ding. Telkens ik terugkom van een distributor meeting ben ik superenthousiast over de nieuwe produkten en de plannen voor het komende jaar and we’re gonna do it, yeah…. En dan glijden de maanden voorbij en besef je dat er eigenlijk niks nieuws is gebeurd noch gedaan.

Wereldvreemd zijn ze ook. De CEO van het belangrijkste professionale zonnebanklotionbedrijf ter wereld horen vraag wat Andorra is, doet je toch even slikken, hoor. En moeten horen dat België toch de hoofdstad van Brussel is, ook. Maar ik vergeef het hen keer op keer. Want ik herhaal, ze zijn zo charmant, meneer…. Over die keer dat mijn baas drie Amerikanen stomdronken voerde met een catalaanse porrón zullen we het hier uit kiesheid maar beter niet hebben.

En dan heb ik ook nog een Antwerpse provider van saunas, die ook absoluut aan alle clichés voldoet.  Toen ik de eerste keer met hem sprak deed hij nog zijn best verkavelingsvlaams te spreken, maar zodra ik hem vroeg of hij misschien ook van het Antwerpse was, schakelde hij opgelucht over op plat Antwaaaaaarps en dat is zo gebleven. We beëindigen elk gesprek steevast met een welgemeend ‘allé, sjoeke, toetevolgende zitting, eh?’ Hartverwarmend, toch voor een expatje in Spanje!

Advertenties

Auto-diagnóstico of naar de dokter gaan in Spanje

Naar de dokter gaan in Spanje, het blijft een avontuur… Spanje is dus duidelijke Gierle niet, waar minstens drie dokters met mooie privé-praktijken en aangename wachtkamers vol oude story’s en libelles je zonder afspraak verwelkomen of indien nodig, gewoon bij de patiënt aan huis komen. Not in Spain. Wie hier geen privé-verzekering heeft (en die heb ik niet, want ze weigeren pertinent diabeten of rekenen me een fortuin aan) moet via de ambulatorios van de Seguridad Social aan zijn trekken komen. Een ambulatorio is een medisch centrum, waar verschillende huisartsen (médico de cabecera) kantoortjes delen en je moeten helpen met je basisbehoeftes alvorens je door te verwijzen naar een specialist mocht dit nodig zijn. In de ambulatorio worden ook bloedproeven genomen en worden de teststrips voor diabeten verdeeld door verpleegsters die menen door hun jarenlange ervaring tot arts te zijn gepromoveerd.

Mijn eerste ervaring met de hoofdverpleegster van Esparreguera was eerder een aanvaring. Ze vroeg me hoeveel teststrips ik per maand dacht nodig te hebben. Tussen de 120 en de 150 antwoordde ik gezwind en me van geen gevaar bewust. ‘Qué??? 150??? ¡Este rollo se te va acabar pronto aquí!’, schreeuwde ze me toe, wat zoveel betekent als ‘met dat spelletje zal het hier vlug gedaan zijn’. Ik vroeg haar waarom.  Nou, ik dacht toch niet dat ik hier teststrips kon gaan verprutsen door me honderd keer per dag de suiker te meten? Waarop ik haar vroeg hoe ik dan moest weten hoeveel insuline ik me moest inspuiten, vier keer per dag. Ah, daar had ze niet op gerekend. Door haar jarenlange ervaring met suikerzieke oudjes meende ze te weten dat diabetes in al zijn vormen te verhelpen is met een paar pilletjes en dat één of twee suikermetingen per week ruim volstaan. Behulpzaam vroeg ik nog of ze er misschien de arts wilde bijroepen om verder medisch advies, maar  dat bleek niet nodig te zijn. Ze bond in en ik kreeg 150 strips per maand toegewezen.

Het was overigens diezelfde vriendelijke tante die me ooit om 11 uur ‘s morgens vertelde dat ik ‘s middags maar moest terugkomen  omdat mijn afspraak niet op haar lijstje stond. Toen ik haar zei dat ik wel degelijk een afspraak had, dat ik speciaal van mijn werk in SJD was gekomen (35km van Esparreguera) en dat ik onmogelijk nog eens toestemming kon vragen om me ook ‘s middags wederom te ausenteren, draaide ze bij. ‘Weet je’, zei ze me, ‘het gebeurt hier ook zo vaak dat gepensioneerden zonder afspraak komen en ja, je moet daar streng in zijn.’ Ik was toen 26 en stond perplex dat ze me zonet verward hadden mete en gepensioneerde. Overigens, het feit alleen al dat je een afspraak moet maken om teststrips af te halen, is bij de haren gegrepen. Meestal zit een halfuur te wachten, tot ik eindelijk de verpleegsterskamer binnenmag, waar ze dan even een kastje openen om er 3 doosjes uit te halen. Een afpraak kan ook alleen maar tijdens de kantooruren (10-13 en van 15-19h) zodat ik ook nog eens toestemming op het werk moet vragen om te kunnen gaan, en dat dus elke maand. FYI: In België ga je verplicht twee keer per jaar op controle bij een diabetoloog en tijdens dat bezoek krijg je een vrachtje strips, prikkers en naalden mee waar je ruimschoots een half jaar mee toekomt.

Tot zover de verpleegsters. De dokters, onderbetaald en overwerkt, dienen zoveel mogelijk patiënten per dag af te handelen.  Iemand ergens achter een bureautje in Madrid of Barcelona besloot in een moment van verlichting dat 7 minuten per patiënt een ideaal gemiddelde is en dat gemiddelde wordt gehanteerd bij het programmeren van de visites. Dit betekent dat al wie komt voor meer dan een lopende neus of een zwerende teen en dus meer dan 7 minuten aandacht nodig heeft, zich schuldig maakt aan het genereren van ellenlange wachtrijen.

De artsen zelf moeten zich beperken tot wat wegen, afluisteren en bloeddruk meten. En op basis van de klachten van de patiënt tot een preliminaire diagnose komen. Om hen te helpen stel ik die meestal zelf maar: ‘Dokter, ik heb cistitis want het brandt als ik moet plassen en ik heb ook constant het gevoel dat ik moet urineren ook al komt er maar een druppeltje uit.’. De arst bevestigt dat het inderdaad klinkt als cistitis, schrijft een receptje voor antibiotica voor en in twee, drie minuten sta ik weer buiten. Voilà. U begrijpt dat ik ben opgehouden met naar de dokter gaan voor problemen die geen medicatie op recept vereisen..

Het moet wel gezegd worden dat dit allemaal gratis is. Ik betaal geen cent voor de teststrips, geen cent voor mijn bezoeken aan de dokter en pas sinds februari dit jaar, als nieuwe besparingsmaatregel van de Generalitat de Cataluña, betaal ik 1€ per doktersvoorschrift. Daarom ook dat het in de ambulatorio altijd tsjokvol zit. Wie geen 20€ of 30€ per visite krijgt aangerekend, twijfelt er niet aan of hij wel ziek genoeg is om naar de dokter te lopen. Het systeem doet zichzelf een beetje de das om. Daarom ook dat er nu stemmen opgaan om een systeem van co-pago op poten te zetten waarbij de patiënte tenminste een deel van de kosten terugbetaalt.  Als Belg kan ik me er wel in vinden, maar de Spanjaarden schreeuwen moord en brand. Het zijn natuurlijk moeilijke tijden en vele mensen zitten al op zwart zaad. Het idee alleen al te moeten betalen voor medische diensten die voor hen altijd al gratis zijn geweest lijkt  onoverkomelijk.  Vraag  is waar het geld vandaan moet blijven komen om een aangroeiende en vergrijzende bevolking gratis gezond te houden?

Spanglish

Spanjaarden en Engels… het zal altijd een moeilijke relatie blijven.

 

Vraag van een collega vanmorgen:

‘Karolien, weet jij wie Schumacher is?’

‘Ja, dat is die Duitse Formule 1-piloot’

‘Ah, hij heeft net een circuit voor een zonnebank besteld’

‘Eeeeeeeiiiiiiin?’

Bleek het te gaan om een klant die Sunmarket heet….

 

Nog een ander voorbeeld. Vraag van een klant dit keer:

‘Karolien, weet jij wat Wii is?

‘ Ja hoor, dat is toch zo’n spelconsole waarbij je zelf mee beweegt en je kan tenissen en golfen en zomeer?

‘Ah… wat vreemd, het zou een bruiningslotion moeten zijn.’

Wat ook het geval was, ééntje met de naam Wild om precies te zijn.

 

Een ander collegaatje hoorde me de email van een klant herhalen: blablabla@yahoo.com.  Yahoo sprak ik uiteraard op zijn Engels uit. Waarop er een berichtje binnenloopt op de interne chat: ‘hahahaha, maar kind toch, het is dus wel yagoe, hè en niet ya-oe  (de ‘h’ wordt door de Spanjaarden verminkt tot een soort zacht ‘g’). Ze was bijzonder verbaasd te horen dat het toch wel echt ya-oe was en dat er ook niet zoiets bestaat als een pizza-gut, gotmail o got con bronces (onze bestverkopende bruiningslotion, ‘hot with bronzers’). Behalve in Spanje dan, natuurlijk.

Ondertussen ben ik er ook achter dat wanneer mijn collegaatje zegt dat in de database de boodschap ‘no iti foe’ verschijnt, het hier gaat om de mededeling ‘no item found’.

Maar het allerleukste moment was toch wel toen de recepcionista me via de interne chat vroeg: ‘Nena, qué significa  ‘Igattaletchuchumifli’?  Ik had geen flauw idee waar ze het over had en belde haar op. ‘Je weet wel’, zei ze, ‘ Dat leuke liedje.’ Waarop ze Alesha Dixon’s  ‘I’ve got a boy with two left feet’ even in het Spanglish over deed.

Tolle Pret

Een Spaanse krant openslaan staat tegenwoordig garant voor een acute depressie en / of paniekaanvallen. Gaat het niet om de aankondiging van nieuwe belastingen dan worden er wel nieuwe besparingen doorgevoerd in vitale aangelegenheden zoals onderwijs en gezondheid. In de zoektocht naar nieuwe manieren om de lege staatskassen, zowel de regionale als de nationale, te spekken, lijken de politici nu de Heilige Graal te hebben gevonden in het departement Wegennetwerken en Mobiliteit.

In Cataluña was het vorige week de confederatie van taxi-chauffeurs die de kat de bel aanbond.  Ze stelden voor een nieuw soort tol te heffen, te betalen door alle auto-gebruikers die het centrum van Barcelona binnen willen rijden (met uitzondering van de plaatselijke bewoners). Deze maatregel zou het geldtekort van de openbare vervoersmaatschappij verhelpen alsook meer werkgelegenheid scheppen voor de taxichauffeurs zelf. Een niet geheel altruïstisch voorstel dus.

Geheel naar het voorbeeld van Londen, Milaan en Stockholm, is het de bedoeling dat al wie Barcelona wil bezoeken, zijn wagen aan de rand van de stad parkeert en dan zijn weg verderzet met het openbaar vervoer of in één van de vele ‘abejas’ (‘bijtjes’), de zwart-gele stadstaxi’s. Een niet geheel altruïstisch voorstel, dus.

Persoonlijk kan ik me wel in dit voorstel vinden: wanneer ik naar het centrum van Barcelona afzak, laat ik al jaren mijn auto achter op de parking van het treinstation van de één of andere voorstad, om dan de rest van de weg per trein af te leggen. Parkeren in de binnenstad is een hel: wil je een gratis plaatsje dan ben je meestal uren zoet met zoeken en als je dan denkt wat gevonden te hebben,  blijkt meestal uit de parkeerbon onder je ruitenwisser dat het net die dag of op dát uur toch niet het geval was. Besluit je ondergronds te gaan, betaal je gemiddeld 2.5€ tot 5€ per uur, wat na een shoppingspree van een paar uurtjes toch aardig aantikt.

En laat het openbaar vervoer in Barcelona nu net uitstekend geregeld zijn. Het metronetwerk is uitgebreid en brengt je naar zowat alle uithoeken van de stad, de laatste vijf jaar zijn daar nog een stuk of  5 tramlijnen bijgekomen en ook de buslijnen functioneren goed. Waarom dan nog met de wagen gaan?

Natuurlijk bekijk ik dit vanuit een puur particulier oogpunt. Pakketjesdiensten, vrachtwagenbedrijven en leveranciers zijn natuurlijk minder opgetogen met het voorstel van de taxi-chauffeurs. Zij vrezen dat ze bovenop de hoge benzineprijzen ook nog eens extra tolgeld zullen moeten betalen, wat hun kostprijzen nog meer de hoogte in zal drijven en dat midden een zowiezo al moeilijke periode.

Ook op nationaal vlak hebben de politici een nieuw konijn uit de besparingshoed getoverd en ook hier gaat het over het heffen van tolgelden. 3.300 kilometer van het Spaanse wegennetwerk zijn momenteel tolwegen voor het gebruik waarvan ‘peaje’ dient betaald te worden, maar de overige 15.600 kilometer aan snelwegen zijn nog tolvrij. Wat het één of andere rekenwonder bij de regering op het volgende idee bracht: wat als we hier nu ook eens tol op heffen? Bijvoorbeeld 4.5 cent per kilometer voor de gewone weggebruiker en 10 cent voor het zwaardere vervoer? En dan kunnen we ook nog een speciale  ‘bono’ invoeren voor de frequente gebruiker want dat is wel zo fideel…

Hoewel ik me kan vinden in het eerste voorstel, ben ik toch geneigd dit tweede volledig af te schieten. In Catalunya betalen we al 5% extra belastingen op de benzine en zitten we al met een groot aantal tolwegen omdat we nu eenmaal op de Ruta del Sol liggen. Komt hier dan nog 4.5 cent per kilometer bij telkens ik een snelweg wil nemen, dan wordt autorijden toch wel een dure grap… en jammer genoeg is het openbaar vervoer in de rest van Catalunya niet zo goed geregeld als in Barcelona. Misschien toch maar beginnen trainen om binnenkort de 35 kilometer naar het werk met de fiets af te leggen? En alvast een levensverzekering nemen om mijn echtgenoot niet hulpeloos achter te laten in dit land zonder fiestpaden?