No More Mr. Nice Guy (goeie voornemens)

Nieuw jaar, dus nieuwe goede voornemens. Dit keer staat er iets nieuws op mijn lijstje van evergreens zoals ‘afvallen’, ‘meer sporten’ en ‘minder stressen’, namelijk : minder lief willen zijn voor iedereen. Ja, dat hebben jullie gelezen, het staat er inderdaad : minder lief willen zijn  voor iedereen. En liever voor mezelf. Wat minder zelfopoffering ten bate van anderen en wat meer aandacht voor mijn eigen prioriteiten. Niet omdat lief zijn voor anderen slecht is. Helemaal niet. Maar omdat lief zijn voor anderen een boomerang-effect zou moeten hebben  zodat anderen ook  lief zijn voor jou, en dat wanneer dit niet het geval is het nodig is de vraag te stellen: ben ik nou lief of gewoon dom? Vermoedelijk is het laatste waar. Het begint deze eeuwige Alice in Wonderland te dagen dat niet iedereen lief wil zijn voor anderen, dat sommige mensen gewoon gebruik maken van goedheid en hulpvaardigheid om hun eigen kleine brandjes te blussen en zodra dat is gebeurd verdergaan met hun eigen leven terwijl jij achterblijft met je eigen laaiende vuren zonder zelfs maar een emmer om water mee te pompen want die heb je in al je goedheid aan nog iemand anders uitgeleend.

Dus vanaf nu vul ik geen afwachtende stiltes meer in met: ‘geen nood, ik zal het wel doen’, neem ik geen vervelende taken van collega’s over enkel en alleen om hen het leven makkelijker te maken en parkeer ik op mijn eigen ruime plek in plaats van mijn auto tegen een paal te rammen omdat ik die zogenaamd minder handige collega mijn plaats afstond. Ik leen enkel nog uit wat ik zelf niet meteen nodig heb, rijd geen  tientallen euro’s benzine meer op om iemand een treinkaartje van een euro te helpen besparen en doe afstand van mijn officieuze positie als hofleverancier voor bedrijfsfeestjes. Zo, dit voornemen staat zwart op wit. De eerste stap bij de AA (Anonieme Altruisten) is toch erkennen dat je een probleem hebt en eraan willen werken, niet?

PS:  Wie mijn hulp écht nodig heeft kan natuurlijk zoals altijd op me rekenen.

altruism

Getagged , ,

Fijnproever

Pas wanneer je een klein opdondertje van een paar maanden thuis hebt rondkruipen, besef je hoe kindonvriendelijk het gemiddelde huis wel niet is en hoeveel gevaren er in even zoveel hoeken schuilen. De laatste maanden breng ik de dagen door met het uit het bereik van grijpgrage handjes plaatsen van vuilnisbakken (nooit gedacht dat zo’n plastic zak het proeven waard zou zijn),  sleutelbossen, staande lampen, electriciteitskabels, de etensbakjes van Estrellita, krantenbakken, aanmaakhoutjes en dies meer.  De vloer moet meerdere keren per dag worden geveegd en gedweild want het kleinste pluisje, kruimeltje, snippertje of  scherfje wordt gedetecteerd en voor keuringstest richting mondje gestuurd. Eerst school het gevaar enkel op kruipniveau, maar sinds hij een loopwagentje heeft én zichzelf kan rechttrekken is zowat alles rode zone geworden. Je ziet pas wat er ligt als het al richting mondje wordt geheveld.

Mijn lieftallige kleine monstertje is vooral gefascineerd door draadjes en lintjes en plastic zakjes, want die kan je zo fijn met 6 kleine tandjes in stukjes scheuren. Ik ben oprecht  verbaasd dat zijn kakjes nog niet netjes verpakt in plastic zakjes in zijn pamper liggen. Een andere bron van fascinatie is Estrellita, die overigens helemaal niet te spreken is over deze ongewenste aandacht van een mini-stalker. Die zich gespecialiseerd heeft in commando-kruipen en haar overal te pakken krijgt en hardhandig aan haar pels rukt. Dat ze mijn schoot moest afstaan aan dit opdondertje is ze ook nog niet vergeten, maar tegenwoordig blaast ze liever de aftocht richting mandje dan te proberen het fort te verdedigen tegen deze brutale vogel.

Kasten krijgt hij ook al open en alles wat er in een kast ligt is per definitie interessant. Broodzakken of poetsprodukten, hij wil het allemaal aan nader onderzoek onderwerpen.  Bij voorkeur via een empirische smaaktest. Bij het wassen zijn we al overgeschakeld van een sponsje op een washandje want de sponsjes overleefden de testfase meestal niet en stukken spons uit een ongewillige baby-mondje pulken is best vermoeiend.

Gezien deze duidelijke orale fixatie zou je misschien denken dat mijn lieftallige kleine monstertje een grote eter is. Maar niet dus. Het wordt een fijnproever. Kleine hapjes. Maar gesavoureerd.  Sac de poubelle gemarineerd in een saus van afwasmiddel en afgewerkt met sponskruimeltjes.  Hemels !

Getagged , , , ,

Dingen die ik mis van thuis: kerstsfeer

Kerstsfeer2%20Ik hou van kerstsfeer. Met kerstsfeer bedoel ik de lichtjes en de lampjes, de ballen en de bollen en de pluchen beestjes met rode kerstmutsen en dito sjaaltjes om gezellig ergens op de kast te stallen. Al de rest kan me gestolen worden. Laat mij maar door de donkere koude straten wandelen met twinkelende lichtjes boven mijn hoofd, terwijl de rest van de mensheid druk bezig is met het uitpakken van foute cadeaus en het binnenduwen van cholesterolverhogende en aderverstoppende feestgerechten.

Toegegeven, hier in Barcelona is het iets moeilijker die typische kerstsfeer te creeëren die we zo goed kennen in de noordelijke landen. Een warme glühwein drinken bij 14 graden, het is toch niet hetzelfde. En door de straten wandelen om ‘naar de lichtjes te gaan kijken’ met niks dan een trui aan want een jas is te warm… het doet toch allemaal een beetje afbreuk aan de sfeer. Dus toe te voegen aan de lijst  van ‘dingen die ik mis van thuis’ : een échte koude kerst met vriestemperaturen, wolkjes bevroren adem en ijspegels aan de kersstal waar Flip-den-ezel gezapig naar de sterren staat te kijken.

De klimatologische condities niet te na gelaten, doe ik echt wel mijn best om die Belgische kerstsfeer zo goed mogelijk op te roepen. De kerstboom  is gisteren gezet (en bijna omvergetrokken door een nieuwsgierige Kai), een zingende kerstman hangt aan de deur (paniekaanvallen veroorzakende bij het eerder vermelde nieuwsgierige aagje) ,  Maria is in honderd stukjes uiteengespat op de stenen vloer (en moet vóór kerst vervangen worden want hoe moet anders het Kindeke Jezus geboren worden ?) en  er hangen genoeg lichtjes om Mas d’en Gall te lokaliseren vanuit het ISS-ruimtestation. En voor de kou zal ik de stoof dan maar uitlaten, zekers?

Getagged ,

Griepjes genezen zonder Divinity en mét lieftallige kleine monstertjes

Ik herinner me nog de tijd dat grieperig zijn gelijk stond met een weekendje cocoonen op de bank, de televisie verankerd op Divinity, terwijl  de echtgenoot bezorgd heen-en weer draafde met schone zakdoeken en mokken warme thee en soep.  Maar dat was vroeger. Vóór ik een lieftallig tijd- en aandachtopslorpend monstertje op de wereld zette. Een lieftallig klein monstertje dat niets begrijpt van een kop-vol-watten en een neus-vol-snot  en zeker niet van plan is de exploratie van de wereld ‘Huis’ twee dagen stop te zetten omdat mama zich een beetje pips voelt. En de echtgenoot moest dringend de auto repareren en had geen tijd noch voor mokken thee, noch voor lieftallige wereldexplorerende monstertjes.   En dus zat ik niet op de bank voor de televisie, maar op de grond, in een poging het monstertje ervan te overtuigen dat hondenbrokken NIET in zijn mondje horen zonder daarbij al teveel van mijn snot op zijn hoofdje te laten druipen.  Of ik peuterde draden van lampen allerlei uit zijn knuistjes, liet hem op- en neerspringen en heen- en weerzwieren, hielp hem speeltjes in en uit een tas laden en stond hem bij in zijn sessies ‘creatief met groente en fruit’, met tranende ogen en kloppende slapen. Voelde ik een niesbui aankomen dan liep ik de kamer uit en natte zakdoeken probeerde ik angstvallig uit de buurt van zijn grijpgrage handjes te houden. Om het besmettingsgevaar tot een minimum te beperken en de slaap van het lieftallige monstertje niet te onderbreken met gekuch en gesnuit, bracht ik de nacht door in de huiskamer op een opblaasbed. Leek ons als kersverse ouders een goed idee. Dat ik de rest van de dag al op ons monsterje had lopen druipen, dat vergaten we even. Resultaat: het monstertje kon niet slapen zonder de geruststellende aanwezigheid van zijn mama, papa kon niet slapen want moest het monstertje troosten en mama kon niet slapen want hoorde het monstertje huilen maar had slaapkamerverbod.  Estrellita lag ondertussen luidruchtig te ronken op het dubbele opblaasbed. At least someone’s happy…

Wat hebben we hieruit geleerd? Griepjes genezen ook zonder Divinity. Lieftallige kleine monstertjes houden ook van een snotterige  mama-met-rode-neus. Mokken thee kan je ook zelf maken. En kersverse ouders hebben flutideeën.

Getagged , , , ,

Opgepast, post met vieze woorden (zoals ecologie)

Ze hebben de verwarming opgezet op kantoor. Buiten is het een graad of 14 en binnen zitten we rond de 28 in een Caribisch micro-klimaat. De gulden midden-weg, daar doen we hier niet aan mee. In de zomer wordt de airco op dieprvriestemperatuur gezet en in de winter doen we hier een geslaagde Death Valley-impressie. De wereld op zijn kop. In juli brengt iedereen jasjes en  sjaaltjes mee om niet met een dubbele longontsteking naar huis te moeten en vanaf november pellen we elke morgen laagjes kleding uit tot we in dunne topjes achter onze tafel zitten. Hoezo energieverspilling? Dat hoort toch zo? En wie het te warm heeft zet gewoon het raam wagenwijd open. Ecologie, dat is hier een vies woord. In de keuken gisteren nog een discussie over het nut van afvalsorteren: volgens de Spaanse delegatie is sorteren gewoon een andere vorm van zakkenvullerij. Een paar mannen aan de top die rijk worden van onze belastingscenten. Diezelfde mannen die ook rijk worden van onze aankoop van plastic petflessen. Zal wel een kern van waarheid inzitten maar de milieubewuste Belg in mij kan het toch niet aanzien hoe al die petflessen bij het restafval terechtkomen. ‘Ik heb op mijn appartement geen plaats om te sorteren’, was het volgende excuus. Dat wij indertijd op ons Antwerpse kot een halve muur vol hadden staan met verschillende soorten afvalzakken die we dan ook nog eens duur betaalden, daar hadden ze geen boodschap aan. ‘Want we zitten hier niet in België’. Dat heb ik gemerkt, ja, in België gaan we in november niet in bikini naar kantoor…

Een foto van mij afgelopen winter op kantoor...

Een foto van mij afgelopen winter op kantoor…

 

Getagged , , , ,

Kutweer

rain

Het weer hier is een verhaal apart. Bruuske veranderingen van de ene dag op de andere. Van veel te heet naar veel te koud en van kurkdroog naar zeiknat, op een paar uur of zelfs een paar minuten tijd.

 Vooral aan het begin en einde van de seizoenen wil het weer nog wel eens onvoorspelbaar zijn. Vrijdag liep ik nog met blote benen en armen in het zonnetje op te scheppen over het Barcelonese klimaat en zaterdag begon de regen met bakken uit de lucht te vallen en is het niet meer droog geworden. Dios castiga. Het stortregent nu al bijna 72 uur onafgebroken. De eerste lek in huis is een feit en vanmorgen gleed in Mas d’en Gall de eerste auto van de baan. De weg naar de urbanización is nog maar een paar jaar oud en uitgegraven op een berghelling. De hopen overtollige aarde zijn gewoon naast het beton blijven liggen en spoelen bij elke bui een beetje verder weg, de weg bezaaiend met gevaarlijke zwerfstenen en glibberige modder. Wie zijn band lek rijdt op zo’n steen loopt het risico in de afgrond te belanden. Met uitzicht op Montserrat, dat wel.

De uitgedroogde grond is steenhard geworden na een zomer vol Spaanse zon en kan die plotse zondvloed niet slikken. UIteraard heeft niemand de moeite genomen om de rioolputjes open te houden zodat die nu verstopt zitten met twijgjes en takjes, hondestront en kattehaar en dus verder ook geen soelaas kunnen bieden. Overal staan enkeldiepe plassen en kleine rivieren stromen door de straten. Wie aan de voet van de heuvel woont kan hozen.

Estrellita hupt nerveus van de ene poot op de andere want ze heeft een broertje dood aan regen. Nog sneller dan anders trippelt ze door de straten naar huis om zich daar in haar mandje voor de kachel te nestelen. Hoort ze buiten de katten van de buren lawaai maken, dan wil ze nog wel eens met veel geblaf richting deur stuiven maar bij de eerste druppels op haar pels wordt het sprintje een sukkeldrafje en een u-turn richting warme kachel. Dat heeft ze van haar bazinnetje. Die wankelend op haar hoge hakken van het ene naar het andere droge plekje springt, proberend de plassen te ontwijken, onderwijl foeterend op dat kutweer en dat kutland. Tot de zon weer doorbreekt. En dat duurt in Spanje gelukkig nooit ál te lang.

Getagged , ,

Catalaanse keukentip (voor wie zich verveelt tijdens de herfstvakantie)

Het is bijna 1 november.  In België wordt er nu massaal gesleurd met chrysanten in allerlei kleuren en afmetingen. Hier in Catalunya daarentegen sleuren ze niet met bloempotten maar met zakjes gemalen amandelen, pijnboompitten en kokosnoot. Want hier bakken ze panellets voor Allerheiligen. Spreek uit: Paneyets.

Schaaltje gemengde panellets, de pijnboompitjesversie is ligt op het bovenste rijtje

Schaaltje gemengde panellets, de pijnboompitjesversie is ligt op het bovenste rijtje

Panellets zijn kleine zoete hapjes, op basis van gemalen amandelen met een hoog suikergehalte. Gezien de ingrediënten gaat het hier meer dan waarschijnlijk om verbasterde Arabische recepten, zoals wel meer het geval is in de Spaanse keuken. Vroeger, lang geleden, toen de mensen met Allerheiligen nog naar de kerk gingen in plaats van verkleed als spoken of spiderman door de straten te rennen, kwam zo’n voedingrijk hapje goed van pas voor na de lange, koude misdienst. Net zoals de gepofte kastanjes en boniatos (zoete aardappelen) die nu overal in de straten worden verkocht.

Voor de kooklustigen onder jullie, hierbij het recept voor pijnboompit-panellets (want na het sleuren met al die zware chrysanten, kunnen jullie meer dan waarschijnlijk ook wel een opkikkertje gebruiken)

Ingrediënten:

500 gr amandelpoeder

500 gr bloemsuiker

250gr gekookte aardappel

300gr pijnboompitten

1 geraspte citroenschil

2 eigelen

1 eiwit

Eerst de aardappel koken met schil en al en laten afkoelen. Daarna de schil afpellen en wanneer de aardappel koud is, pletten met een vork en mengen met de suiker. Het amandelpoeder en de geraspte citroenschil toevoegen en goed mengen. Nu de twee eigelen toevoegen en weer goed mengen tot je een homogene marsepein-achtige pasta bekomt. Met die pasta kan je nu kleine balletjes beginnen te rollen. Die balletjes haal je eerst door het eiwit en vervolgens door de pijnboompitjes, zodat die laatste netjes blijven plakken.

Bekleed een ovenplaat met zilverpapier en strooi daar wat bloem over uit. Schik de balletjes op de plaat en laat de oven alvast voorverwarmen met de gril op 170º. Terwijl de oven warm wordt, nog snel even de panelletjes bestrijken met eigeel. 12 minuutjes bakken en klaar is kees! Wel even laten afkoelen voor je ze in je mond stopt!

Getagged , ,

Meisje van 27

Ik weet niet in hoeverre dit bij andere mensen ook  het geval is, maar in mijn hoofd ben ik zo’n 6 jaar jonger dan ik in werkelijkheid ben.  27 dus. Dat is al een paar jaar zo. Elke  6de november staat er een jaar meer op de teller maar wanneer ik de nieuwe leeftijd voorleg aan mijn innerlijke zelf krijg ik spontaan een errormelding. ‘Klopt niks van, wij zijn 6 jaar jonger’. Waar ergens onderweg ik die 6 jaar ben kwijtgespeeld, ik zou het niet kunnen zeggen.  Nog een geluk dat ik er jonger uitzie dan ik in werkelijkheid ben. God zegene alle mensen die een verbaasd gezicht trekken wanneer ik gevraagd naar mijn leeftijd mededeel dat mijn boot al lang de kaap van de 30 is voorbijgezeild.

En toch. Er beginnen wat scheurtjes te komen in mijn eeuwig jonge masker. In de vorm van rimpeltjes en groeven en minder strakke vel hier en daar. Ik heb mezelf nog een tijdje wijsgemaakt dat ik de enige was die het zag maar de laatste weken merk ik dat het verder gaat dan dat. Want ook mijn publiek is duidelijk aan het veranderen.  Voor mij geen fluitconcerten of complimenten meer van jonge twintigers, wel steelse blikken van 40 of 45-jarige huisvaders in de supermarkt. Het is wel even wennen…. Zelfs een roddelblaadje openslaan is tegenwoordig een confrontatie: Brad Pitt 49, Johnny Depp 50, Mario Lopez 40… Nog niet zo lang geleden (of wel? )hingen die in de vorm van Joepi-posters aan mijn slaapkamermuur…

En binnenkort komt er dus weer een jaartje bij. Mijn innerlijke zelf slaat spontaan tilt van al de errormeldingen…Ben ik de enige, of hebben alle vrouwen zo’n meisje van 27 ergens binnenin?

 

Getagged

Bibliotheeknostalgie

De bibliotheek van Gierle neemt een belangrijke plaats in mijn herinneringen in. Vooral de oude versie. Vóór de donkere, hoge gangen werden omgetoverd tot een meer moderne, lichtere, diafane ruimte. De bibliotheek huist sinds jaren in het oud-gemeentehuis, een prachtig gebouw uit 1895 in neo-Vlaamse-renaissancestijl. Dat heb ik ook maar van een website over Vlaams erfgoed, hoor, die ronkende benaming. Binnenin een labyrinth van smalle, hoge gangen, met weinig directe lichtinval. Vroeger toch. Je kon binnengaan via de momentale voordeur of achterom, waar je uitkwam bij de trap naar boven, waar op zondagmorgen Harmonie de Vriendenkring repeteert. Niks zo zalig als tussen boeken neuzen terwijl boven je hoofd trompetten schetteren en trommels roffelen. Het gaf de zondag altijd een extra feestelijk tintje.

bib gierle

Vóór de verbouwing bestond de bibliotheek uit drie verschillende kamers. Links bij het binnenkomen de officiële bibliotheek, waar Vic-van-de-bibliotheek achter zijn tafel met lidkaarten en stempels troonde, rechts een grote ruimte met tafels en dozen waar elk jaar na de boekenweek de nieuwe aanwinsten bewaard werden en achterin, via een smal gangetje, een klein kamertje met de non-fictiewerken. Om toegang te verkrijgen tot dit geheime heiligdom diende je aan Vic de sleutel te vragen. Er kwam niet zo vaak volk dus het rook er lekker muf naar lang bewaarde boeken van al lang vergeten helden, religieuze werken en encyclopedia. Na de verbouwing ging dit kamertje gewoon deel uitmaken van de diafane ruimte, iedereen kon er zo maar binnen- en buitenlopen. Zonder eerst de sleutel te vragen. Wat ik jammer vond, heel jammer.

Voor de verbouwing bestond de hoofdruimte uit hoge donkere boekenkasten. Vier of vijf verticale rijen vóór de tafel van Vic, en een hele muur vol achter hem. Daar stonden de jeugdboeken.  Die liepen in alfabetische volgorde van links naar rechts. Om bij de T van Terlouw te komen zat je bijna bij Vic op schoot. Vic die ook nauwlettend in de gaten hield wat ik las toen ik de het gangpad richting volwassenenboeken begon over te steken. ‘Zet die nog maar even terug’, zei hij tegen mijn 11-jarige zelf toen ik met een Kristien Hemmerechts aan kwam zetten. Zonder verdere uitleg. Dat was ook niet nodig. Volwassenen werden toen nog gewoon gerespecteerd.

Boekenwurm als ik was, deed ik jaarlijks dienst als de officieuze tester van de nieuwe aanwinsten. Die dus in dozen stonden in een aparte kamer en waar ik er steeds een paar uit mocht kiezen voor inspectie en classificatie. Ik voelde me best wel bijzonder met die krakend nieuwe boeken die nog niemand gelezen had en zelfs nog niet van etiketjes waren voorzien. Een soort van uitverkorene. Heel af en toe mocht ik ook Vic vervangen als hij dringend een boodschap moest doen. Een half uurtje of een uurtje had ik dan het rijk voor mij alleen. Stempelde ik kaartjes af, inde ik met rood hoofd ietwat beschaamd de boetes voor te laat inleveren en stak de fiches terug achter de daarvoor bestemd driehoekjes in de kaften. Ik was er toen van overtuigd dat ik ooit Vic zou opvolgen, want Spanje was toen nog maar alleen het land van de appelsienen van PG en Gierle het centrum van de wereld. Lang vervlogen tijden. Maar wel hele mooie.

Getagged ,

Verdomd frisjes

shampood

En daar stond ik dan. Met mijn haren vol shampoo, poedelnaakt en kleddernat, onder de douche. Terwijl in de slaapkamer mijn zoontje het op een huilen zette. Echtgenoot niet thuis, dus geen optie. Hondje wel geleerd een balletje te apporteren maar niet een tutje in een babymondje te stoppen, dus ook geen optie. Uit de douche dan maar. Ik draaide nog snel een handdoek rond mijn haren en slibberde richting slaapkamer, onderweg een spoor van zeepsop en schuim achterlatend. Verdomd frisjes zo in mijn Eva-kostuum. Het hondje draaide ondertussen al nerveus rondjes voor de slaapkamerdeur. Nog een geluk dat mijn zoontje met 7 maanden nog niet weet wat een blote madam is en dus aan mijn naakte verschijning verder geen blijvend trauma zal overhouden dat later ergens op een dure psychologen-divan verwerkt dient te worden. Ik boog me over zijn wiegje, gaf hem zijn tutje en een kusje en de rust keerde weder. Ik wachtte even om te kijken of het van blijvende duur was en slibberde terug richting badkamer onderwijl bedenkend dat het toch echt wel herfst aan het worden is. Verdomd frisjes, zeg.

Getagged , , ,
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 232 andere volgers